In gesprek met... Lise van den Bos
Elke twee weken gaat Vechtclub in gesprek met de makers in Vechtclub XL en Keiland. In deze gesprekken hebben we het over inspiraties, hun werk, leermomenten en visie. Deze keer zijn we in Keiland om te praten met natuurlijke textielverver Lise van den Bos.
Wat is de main gedachte achter je studio?
De main gedachte is dat ik me vooral wil richten op duurzaamheid. De modeindustrie is eigenlijk heel erg vervuilend. De meeste mensen weten dat ondertussen wel, maar er zitten heel veel lagen daarin wat eigenlijk vervuilender is of slecht. Ik focus me daarbij vooral op de kleurstoffen en doe onderzoek om te kijken hoe we het eigenlijk beter kunnen doen.
Wat is je achtergrond, hoe ben je hier gekomen?
Ik heb een mbo gedaan in theatervormgeving en dat vond ik heel erg leuk, maar de hele theaterwereld vond ik niet helemaal bij mij passen. Het leukste vond ik eigenlijk kostuums en achter de naaimachine zitten. Toen dacht ik ja, volgens mij moet ik gewoon mode gaan studeren en kijken of dat iets voor mij is. Mensen kunnen zich heel erg uiten via mode, dat vind ik heel leuk aan. Op de academie ontdekte ik ook de hele kant van textiel. Dat materiaal sprak heel erg tot me kwam ik achter dat het niet per se de kleding was, maar het was eerder de stoffen die me interesseerden. Toen kwam ik eigenlijk ook heel snel uit op een soort bio design. Dat vond ik eigenlijk het allerleukst, dat je een soort in de natuur kon gaan zoeken naar oplossingen voor problemen die we nu hebben. Het is een heel simpel principe en het is ook al heel erg oud. Dat vind ik ook heel leuk om te combineren.
Wat zijn dingen waar je tegenaan loopt in een proces?
Soms moet ik iets meer mezelf inlezen, omdat er dus al heel veel bekend is over die natuurlijke kleurstoffen. Ik ben gewoon heel erg een doener ik kijk graag hoe het zit. Ik heb ook een moestuintje en ik had nu wede in de grond gezet, dat is een soort Nederlandse indigo. Ik had me wel een beetje ingelezen, maar totaal verkeerd en ik kwam er dus nu achter dat ik het al had moeten oogsten. Dat wat nu in de grond staat, eigenlijk al te oud is en het kleurproces niet meer werkt. Dus soms ben ik misschien iets te impulsief. Ik kan iets meer rust nemen in mijn onderzoeken ook naar de planten die ik bijvoorbeeld laat groeien. Want dat vind ik een heel leuk aspect ervan.
Wat zijn grote leerpunten geweest tot nu toe?
Vooral bij mijn praktijken is het zo dat je altijd open moet staan voor imperfectie. Je werkt met iets natuurlijks. Een heel effen resultaat krijgen is daarin heel moeilijk. Daar wil ik eigenlijk ook helemaal niet naartoe werken. Dat moest ik ook echt nog leren, ook misschien aan de consument. Die willen eigenlijk ook gewoon een perfect t shirt hebben, dat helemaal effen moet zijn. Dat is met natuurlijke kleurstof super moeilijk. En dat moet je denk ik ook helemaal niet willen, want dan vraag je eigenlijk te veel van die natuurlijke kleurstoffen. Ik vind het eigenlijk mooier op die natuurlijke manier. Er zitten ook zoveel variabelen in. De hoeveelheid kalk in het water kan zo’n verschil maken in een kleur, of hoe zuur een verfbad is. Maar dat vind ik dan eigenlijk ook wel weer heel erg leuk, want dan wil ik eigenlijk achter komen wat er is gebeurd in dit proces.
Wie is je grootste inspiratiebron?
Studio Nani, zij zit in Rotterdam. Zij doet het op een hele elegante, sexy manier en dat vind ik heel erg leuk. Een beetje dat geitenwollensokken-imago ervan weg willen trekken en het echt op een hoger niveau tillen. Ik vind dat zij dat heel goed doet.
Wat is je favoriete carrièremoment?
Van de zomer heb ik mijn eigen expositie gehad, op het strand in Den Haag. Het puntje is een strandtent daar, met een ruimte. Ze hadden gevraagd of ik daar drie maanden lang wilde exposeren met mijn eigen werk. Dat was ook überhaupt mijn eerste expositie en dat was dan meteen een solo expositie geworden. Door zoiets leer je ook wel hoe je je verhaal kan vertellen. Dat mensen dat kunnen gaan bewonderen, dat vond ik ook heel leuk. Het wordt een keer uit het atelier gehaald naar een mooie ruimte. Dan ga je je werk weer op een andere manier zien.
Wat motiveert je in je werk?
Wat me gemotiveerd houdt, is dus dat ik al die plantjes in de grond heb gezet en dat ik wel gemotiveerd moet blijven om elke keer naar de moestuin te gaan en de plantjes water te geven. Zonder mij zijn ze er gewoon niet. Hoe meer energie je erin stopt, hoe meer je eruit krijgt, dat zie je echt heel erg als je gaat werken met natuurlijke dingen en gaat werken met een tuin en je eigen materialen.
Wat is je advies aan toekomstige huurders bij Vechtclub?
Ga vooral even langs bij je buren. Ik vind ik zelf eigenlijk ook heel gezellig. En als je iemand op de gang tegenkomt even vragen ‘Oh, mag ik even kijken bij jouw studio?’. Dan kom je namelijk in de studio’s, want als je hier in het gebouw loopt, dan ben je gewoon aan het werk en gefocust. Het is heel leuk om even zo’n uitstapje te maken naar iemand anders diens studio, en dan te kijken hoe ze werken. Heel inspirerend om te zien hoe zoveel kunstenaars bij elkaar zitten en ook elkaar daarin kunnen helpen. Dat is heel fijn. Laatst had de buurvrouw een tang geleend en ik leen dan weer een ladder. Zo help je elkaar ook een beetje.